oh my god
of nee my goddess
me fee me prinses
me koninginnehapje
me kanjer uit de mooie drome
van ik de prins op'n wit paard
nee ik
ik wit paard
fier en glanzend
krachtig
in'n verheve draf
passage
naar je toe om je heen
draaiend en trappelend
briesend zwaar snuivend
hinnikend
steigerend
en jij de prinses
'et ontwaakte doornroosje
de goede fee
whatever
maar ik je paard
vorstinnenpaard
luk paard
oh jij amazone
hoe zal'k me zadele
voor'n lange wilde rit
en me strekke
al me spiere gespanne
elke vezel
opdat jij zou kunne
as'n prinses gezete op'n troon
jij op'et briesende paard
gelaarsd en gespoord
fier
de teugels in hande
je dije geklemd
de bille aangespanne
de heupe ritmisch
met de beweginge van'et paard
my god wat zou'et worde
al die kilo's zweet
maar we zoude
ik zo alles voor de amazone
tot moe tot afgepeigerd
en jij de berijdster van de hengst
plakkerig en zwetend
geen centimeter onberoerd
dąt gevoel door heel je body
de geest en zalig in'et hoofd
'et moet de rit van je leve
we doen
en as je dan fluistert
ride on ride on
dan strek ik me nog effe
dat je voelt
luk paard
( opgedrage aan'n lieve dichteres
tevens gastvrouw op'et subexperimental podium voor kunst te breda )
waar visch isch wil'k zijn
'et lijkt'n loze slogan
maar'et is zoveel
zoveel dat'k van de liefde spreek
van mens tot mens
jij zo freel'n dame
zo goedlachs zo mooi je lach
en ik
ik die slechts wat roepe kan
'n vraag om aandacht
i'm the man
zo loos zo niks
slechts uitwendig wat'k schrijf
en herman zong
beauty's only skindeep
terwijl ik wil zijn
waar visch isch isch'et goed
maar slechts de schijn van held
kan'k wankel ophoude
'et hoofdje en de stroom
words words words
ze gutse
ik roep
bevlek de grond bezoedel
'r is niks mooi aan mij
jij bent de liefde
slechts jij
luk paard
kus je schoene tot ze druipe
my god
ik riep ook nog
what the fuck
en hoe mooi ze wel is
dat'k tusse'r bilnaad wilde
maar dat jij zo plots
as'n held uit de donkerte van de nacht
en dat ze smachte
wij en zij en jij en jij en jij
wat'n hels geschreeuw werd'et
no kiddin'
je kwam en zag
je wint!
zij hing nooit mooier
druipend nat
je schoene ware nog slechts flarde
maar zoveel van'et leve
tempus fugit
en jij wuift alles weg
asof'et niets is
luk paard
de powezie ligt voor'et grijpe
graaie
sleure
scheure desnoods
alles uit de lucht
de adem
de longe
buik en lager
whatever
soms snel soms traag
soms diep en dieper dan de ziel
en de tijd is de tijd
ie tikt en tikt weg
wat geweest is is voorbij
en soms is'et stroop
soms zelfs met'n akelig geurtje
zo heb je de powezie
luk paard
hoe kan'k nog meer
zoas altijd al
dat je zegt van nu
ik'et mannetje met de woorde
as'n waterval klaterend
dat jij toch meer
nu nie langer kan gewacht
dat je ze uit me zuige wil
nu
nu
nu
en hoe'k dan jou schrijf
de kanjer uit me drome
je aan me lippe wil
jij zuige wil jij zuigt
alles uit me wil
dat ik doordring
jij nog meer
van hoe ik
tot helemaal vanbinne
dat je smacht
versmacht in me woorde
dat ik ben
van jou hoe jij me wil
de adem
en ik neme mag
geef en krijg
tot jij me helemaal
dat ik echt voor jou
en dat'k dan schrijf
wat jij al kent
dat'et ons leve is
en voor jou adem
luk paard
nie van jij of ik
de steen des aanstoots
heeft ook ze weke plek
zo blijkt telkens weer
wat wij al wete van toen
we kenne steeds nader
gaan weer weg
er wordt geen spel
zo hard gespeeld
en toch is'r geen bestaan
waaruit we ons weg kunne denke
trane worde altijd weggelache
en wonde likke verzacht alle pijn
zo hebbe we weet
maar wille geen besef
we verbrande de liefde
en geve't nooit'n naam
luk paard