dat staal toch zo gewronge kan
en taal geen taal meer is
dan slechts'n zucht
geen woord gesproke kan
en schrijve geen optie is
ben ik dan zo
dat staal tot taal geen hard meer is
geen flard geen zin
maar letters uit elkaar gebarste
geen hart noch ziel
geen zacht
ben ik nu zo
en klink ik nog
of is ook dät
geen staal nog hard
geen taal nog ziel
me hart zovele kere
ben ik
en hoeveel kere nog
voordat me lippe sluite
zo hard as staal verwronge kan
geen taal meer
ben ik dan nu
voorgoed verzwege
en van alles zacht
geen ziel meer
geen staal
geen taal nog hard
en uit gesproke
(c)luk paard
Toelichting:
ooit beresterk toch, nu uit gesproke ( nee nie uitgesproke )
hoe kan'k meer
dan elke dag opnieuw
je naam door me heen
late jage as'n storm
tot'k tene krul
dat'k ied're keer
me ziel hoor schreeuwe
en in elke vezel voel
hoe warm ik worde kan
en verlang
naar meer nog meer
en dieper
waar geen woorde
maar alleen maar kloppend hart
waar wij
en in gevoele zalig
ons tot same noeme
kan'k meer nog
dan dag na dag
en al die nachte
dan je naam zo uit me
door de wereld zinge
tot je hoort
(c) luk paard
ik voel dag na nacht
'et rukke aan me ziel
ope klappe dicht
tot'k bloed geef
'et is geen keuze
it's you
(c) luk paard
ik deed al de nachtjes koud
tot diep in de donkerte
graaie in mezelf
de krasse telle
op me ziel
tot bloedend hart
ik deed al
net asof'k de stille dood
alles wurge tot'k mezelf
doorheen rood en gloed
tot'k mezelf in zalig blauw
en besef zag ligge
ik deed al
maar elke keer weer sterker
nog meer blauw nog meer zalig
en weet me nu de toekomst
alles komt goed
(c) luk paard
dat'n donkere vriesnacht
geen koud meer is
maar same warmte wrijve
asof we altijd
al die tijd al
en dat je me dan verft
in alle kleure die je kan
tot diep vanbinne
met zachte klopjes van je hart
en dan te ruste ligt
asof we altijd al
elkaar de adem blaze
tot aan de zaligheid
en dat tijd opeens
nog sneller nog
terwijl we door elkaar bezield
dàt ben jij
zalige gedachte
(c) luk paard