ze zit sterk en machtig
met de steak gevouwe
driedubbel
tusse'r bene
ze gutst en zuigt
aan'n rietje in felle kleure
en verspreidt'n onaangenaame geur
dokkerend in dat stoeltje
heen en weer en heen en weer
schouderschokkend
de bene trillend
ze kwijlt
oh wat zijn'r tande groot
en gelig
terwijl de and're passagiers
aan touwtjes hange
en uit raampjes
de buike bloot
ze lijke dood
maar'et heeft geen zin
de trein versnelt
nog steeds zijn'r tande groot
en gelig tot ie
remt
loos
ze spat uit elkaar en lacht onbedaarlijk
vals
en de trein schuurt langs stene wande
de donkerte in
jij lacht je hangt nie
je zweeft en schiet wat vuur
jouw licht
vanuit je heup zo bliksemsnel
je kwijlt
je tande zijn groot en paars
je lul hangt bloedend
aan'n vliesje
je knarst de tande
de trein houdt halt
en de wolke trekke same
jij valt
staat op
en strompelt verder
dag in dag uit na nachtenlang
je kwijlt en lacht
je tande bloot
en danst op hompjes voet
wat verder de woestijn in
je brandt en gaat nie dood
verscheurt wat wilde honde
luk paard
Stuur door
Dit is niet OK